HOME FOTO VIDEO INFORMATIE WEBSITE LINKS GASTENBOEK

 

<<<<<  Terug naar menu INFORMATIE

Seinbeelden en hun betekenis

Hieronder staan de meest voorkomende seinen, seinbeelden en hun betekenis getoond en beschreven. Belgische seinen hebben normaalspoorseinen (VNS) en tegenspoorseinen (CVT): een normaalspoorsein wijst met de schuine zijde naar rechts (zoals in de voorbeelden hieronder) en tegenspoorseinen wijzen met de schuine zijde naar links en hebben knipperende lichten. Merk op dat alle seinen, behalve de nummers 16, 17, 18 en 19, GEEN TEGENSPOORSEINEN hebben.

 1) ROOD:  Dit seinbeeld voorbijrijden is ten strengste verboden. Stoppen verplicht  11) VOORSEIN: signaal staat op een bepaalde afstand van het hoofdsein dat dit sein "voorspeld". Dubbel geel tonend voorsein toont aan dat het hoofdsein gesloten is (=rood toont)
 2) DUBBEL GEEL:  Bij het voorbijrijden van dit seinbeeld dient er afgeremd te worden, indien er geen snelheidsbeperking wordt opgegeven moet 40km/u gehandhaafd worden. Volgende sein toont rood.  12) VOORSEIN: signaal staat op een bepaalde afstand van het hoofdsein dat dit sein "voorspeld". Groen tonend voorsein toont aan dat het hoofdsein open staat (=groen of dubbel geel toont)
 3) GROEN GEEL VERTICAAL:  Beginnen met afremmen, volgende sein (B) toont dubbel geel of een lichtcijfer. Het sein daarachter (C) staat aan het einde van een kortere sectie en toont rood of een lichtcijfer met snelheidsbeperking.  13) VEREENVOUDIGD VOORSEIN: staat op een afstand van het hoofdsein en toont hetzelfde seinbeeld. Dit geval rood.
 4) GROEN GEEL HORIZONTAAL:  Beginnen met afremmen, volgende sein toont een snelheidsbeperking.  14) VEREENVOUDIGD VOORSEIN: staat op een afstand van het hoofdsein en toont hetzelfde seinbeeld. Dit geval groen.
 5) GROEN:  Voorbijrijden toegestaan aan referentiesnelheid (=lijnsnelheid).  15) ROOD-WIT:  dit seinbeeld mag aan lage snelheid voorbij gereden worden in kleine beweging (KB) en kan een bezet spoor opgereden worden.
 6) RECHTHOEK:  Naderen van het einde van het spoor, afremmen naar 40km/u om het eindspoor op te rijden.  16) VEREENVOUDIGD RANGEERSEIN: verplicht stoppen voor dit seinbeeld.
 7) VERLICHTE KEPER: Keper boven seinbeeld geeft aan dat er een verandering van regime zal plaatsvinden, in dit geval van normaalspoor (VNS) naar tegenspoor (CVT).  17) VEREENVOUDIGD RANGEERSEIN: doorrijden toegestaan bij dit seinbeeld.
 8) LICHTCIJFER:  Vanaf dit seinbeeld met lichtcijfer dient men af te remmen naar de opgegeven snelheid (= 4 x 10 = 40km/u) Deze snelheid dient aan de eerstvolgende wissel of signaal bereikt te zijn. Lichtcijfers kunnen getoond worden in combinatie met alle seinbeelden behalve rood-wit en rood.  18) RANGEERSEIN:  dit sein dit enkel gehoorzaamd te worden bij rijden in Kleine Beweging (KB), andere treinregimes mogen dit sein negeren. In dit voorbeeld dient gestopt te worden.
 9) BEDIEND SEIN: Mag voorbijgereden worden  19) RANGEERSEIN:  dit sein dit enkel gehoorzaamd te worden bij rijden in Kleine Beweging (KB), andere treinregimes mogen dit sein negeren. In dit voorbeeld mag het sein voorbijgereden worden aan lage snelheid.
 10) BEDIEND SEIN: Stoppen voor dit seinbeeld.    

 

  Snelheidsborden en aankondigingen 

Hieronder staan de borden die we het meeste terugvinden langs de Belgische spoorlijnen zoals snelheidbeperkingen en informatieborden voor de machinisten. Enkel de kilometerspaal en hectometerpaal, die op elke spoorlijn terug te vinden zijn worden hier niet besproken.

 AANKONDIGING:  dit bord kondigt een snelheidsbeperking aan (in dit geval naar 50km/u), de bestuurder moet vanaf dit bord beginnen afremmen naar de opgegeven snelheid. Als dit een tijdelijke maatregel is toont het bord boven het cijfer 2 vette zwarte stippen.  BIS:  wordt getoond in combinatie met een aankondigingsbord en geldt als herhaling van het eerste bord dat aan deze borden voorafging.
 OORSPRONG:  vanaf hier moet de bestuurder aan de opgegeven snelheid rijden (in dit geval 50km/u). Als dit een tijdelijke maatregel is toont het bord boven het cijfer 2 vette zwarte stippen.  HKM:  in combinatie met snelheidsborden gelden deze borden enkel voor goederentreinen
 REFERTESNELHEID:  maximumsnelheid van de spoorlijn, vanaf dit bord mag er opnieuw opgetrokken worden naar deze snelheid. Als dit een tijdelijke maatregel is toont het bord boven het cijfer 2 vette zwarte stippen.  HKM-G:  in combinatie met snelheidsborden gelden deze borden enkel voor goederentreinen die in het G-remregime.
 HERHALING:  verhoging van de beperkte snelheid, maar nog niet de maximumsnelheid van de spoorlijn (=referte). Meestal staat dit bord tussen een oorsprongsbord en een refertebord. Als dit een tijdelijke maatregel is toont het bord boven het cijfer 2 vette zwarte stippen.  HKM-P:  in combinatie met snelheidsborden gelden deze borden enkel voor goederentreinen die in het P-remregime.
 LIJNUMMER:  dit bord vindt men terug aan het begin van een spoorlijn na wisselstraten of aan vertakkingen en geeft het lijnnummer aan.  KANAALBORD:  geeft het radiokanaal aan waarop er gecommuniceerd kan worden op de lijn waar dit bord is geplaatst.
 TESTKROKODIL:  dit bord geeft aan dat er een testkrokodil tussen de rails is aangebracht, de bestuurder moet dan ook punten om een noodremming te vermijden.  REMPROEF:  dit bord geeft aan dat er vanaf hier een remproef moet uitgevoerd worden, terug te vinden vlak voor het afrijden van lange en steile hellingen. Enkele meters verder staat ditzelfde bord met een rode schuine lijn door het symbool die de remproef laat aflopen.
CONTACT :   info[at]railmedia.be